Mikken op een bewegend doel, zo begint onze reis hier stillaan uit te zien. Jean-Paul gebruikte deze zin ooit als titel van een cursus, maar eigenlijk is deze zin heel toepasbaar op het leven in Haïti. Je kan hier enorm veel dromen en vanalles willen oprichten, maar in realiteit is dit allemaal niet zo vanzelfsprekend. Er is zoveel waar je rekening mee moet houden, de voodoocultuur, het magisch denken, het weer, de toestand van de wegen en de gezondheidszorg, het gebrek aan elektriciteit en andere middelen, de grote gezinnen.. Dus je hebt een doel voor ogen, maar tijdens de organisatie hiervan moet dit verschillende keren aangepast/veranderd/ uitgebreid/afgeslankt/afgeschaft worden. Voor je iets plant in Haïti moet je dus eerst alle mogelijke storingelementen proberen uitschakelen. Van een cursus ‘Probleemoplossend denken’ gesproken. Zo was het eerste idee om met de auto via Gonaive naar Port-au-Prince te gaan. Het had een immens mooie dagtrip geweest, door de bergen, savanne, rijstvelden.. Door de overstromingen daar en het feit dat er maar twee wegen tussen Port-au-Prince en Cap Haitien, de 2 grootste steden van het land, namelijk ofwel via Gonaive, ofwel via Hinche, werd dat plan veranderd. We zouden het vliegtuig(je) nemen naar Port-au-Prince en dan met de 2e auto (een oud model van Land Rover,echt zalige auto) die nog in de hoofdstad stond terugkeren over Hinch. Ook door de bergen, dus ook een wondermooie trip. Maar aangezien een doorrit door Gonaive nog altijd niet verzekerd is, neemt iedereen die de normaal via Gonaive rijdt, nu de weg over Hinch. Doordat deze weg eigenlijk niet bestemd is voor vrachtwagens (een asfalt), reed iedereen er zich vast, waardoor deze weg ook ondoorgankelijk werd. Gevolg: we zouden met het vliegtuig terug moeten en waren, op dat moment, serieus teleurgesteld. Maar die teleurstelling verdween wel snel met het alternatief van Jeannine.
En we kunnen zeggen dat je hier goed gewapend moet zijn tegen ontgoochelingen en dat deze situaties in het begin enorm frustrerend konden zijn en we ons al begonnen af te vragen ‘hebben wij nu zoveel pech?’. Maar stilaan begin je te beseffen, dit is géén pech maar pure realiteit. Dit went wel...
Port-au-Prince, de hoofdstad.. het meest indrukwekkende wat we zagen tot nu toe.. Misschien is indrukwekkend niet het juiste woord, want dat houdt eerder iets positiefs in. Port-au-Prince is eigenlijk niet echt te beschrijven.. onmacht, medelijden, afkeer, verwondering.. ik denk dat we ongeveer alles gevoeld hebben de afgelopen dagen.. Kijk dus vooral naar de foto’s, die zullen meer duidelijk maken dan deze tekst.
Het programma van onze vier-daagse: Zaterdagmorgen om 5u vertrekken om het vliegtuig om 7.45u te halen in Cap Haitien. Het is een half uurtje vliegen in klein vliegtuigje (voor zo’n 15man en bestuurd door buitenlandse piloten) naar de hoofdstad. ’s Middags al eens door de stad rijden. Zondag het alternatief van Jeannine: naar Jacmel, een stadje in het zuiden. Maandag een volledig bezoek aan de stad en dinsdag het vliegtuig terug. Vanuit het vliegtuig konden we trouwens zeer goed de overstromingen zien.
PORT AU PRINCE
Ons verblijf...
We sliepen in Mon Rêve, het huis van de Scheutisten. Vandaar hadden we een prachtig uitzicht over de stad, met ’s avonds prachtige zonsondergangen. Missionarissen.. voor deze reis iets onbekend voor ons, iets antiek. Maar geloof ons, de paters praten niet zoals je denkt. ‘Het land is naar de kloten’ en ‘godverdomme’ hebben we meermaals gehoord. En het was echt zalig om ’s avonds op de gallerij te zitten en te luisteren naar hun verhalen.
De regering...
Jeannine zit hier ondertussen 20 jaar en heeft in die periode 18 regeringen gekend. Met andere woorden: bijna elk jaar een andere regering. Preval, de huidige president, is tot nu toe de enige die zijn volledige legislatuur uitdoet. Je kan dus al denken, al die jaren is het hier de ene staatgreep na de andere geweest. Dictatuur, de revolutie hiertegen, een militaire opstand tegen de revolutie, invasies...
Er is bovendien ook nauwelijks een wetgeving. Zo duurde het bv 9 maanden eer de eerste regering van Aristide aan de slag kon gaan: de député’s raakten het niet eens over hun wedde. Ooit zei een Haitiaan tegen père Guido: Wij wonen in het meest vrije land van de wereld. En dit is ook werkelijk zo: ze mogen een huis bouwen waar ze willen, ze mogen hun afval gooien waar ze willen, je kan op je werk komen wanneer je wilt, ze mogen kiezen hoeveel vrouwen ze nemen, ze mogen naar het toilet gaan waar ze willen, ze kunnen vermoorden wie ze willen, als ze hun kinderen niet op school kunnen zetten dan gebeurt dit niet.. Maar de prijs die ze ervoor betalen is dan ook groot.
De huizen...
In Port-au-Prince wonen officieel 2miljoen mensen, een cijfer dat in werkelijkheid veel hoger ligt, want er zijn veel mensen niet ingeschreven. Hiervan zijn er 300 000 daklozen, we zijn dan ook veel ‘buitenslapers’ tegengekomen.
De stad ligt tussen de bergen en bestaat eigenlijk uit de benedenstad, de middenstad en de bovenstad. Hoe hoger je gaat, hoe rijker. De rest van het land is arm, maar in Port-au-Prince is er echt een immens contrast. In de bovenstad vind je super grote villa’s van de nouveau-riches. Families die een bedrijf hebben (vb. Telecom) of families die steenrijk geworden zijn tijdens de staatsgrepen door het leegroven van de staatskas. Als zij zich te veel omringd voelden (want veel mensen willen hogerop in de stad komen wonen), dan bouwen ze gewoon hoger op de berg. Hierdoor ligt de huidige huizengrens veel hoger dan een tiental jaar geleden, waardoor de berg bedreigd is. In de middenstad woont de middenklasse in de vroegere villa’s van die rijken. Je ziet hier veel onafgewerkte betonnen huizen. Dit komt vaak omdat het geld voor de bouw tijdelijk op is, waardoor deze stop gezet wordt. Als er terug geld is, wordt er verder gebouwd. De benedenstad is voor het arme volk. We hebben hier soms echt schrijnende dingen gezien. Hier in het dorpje zijn de huisjes gemiddeld 4x4meter groot, maar daar in de sloppenwijk zijn ze veel kleiner en krottiger. Vaak zijn het gewoon roeste golfplaten die tegen elkaar gezet zijn, soms met leem. Ze zijn allemaal dicht tegen elkaar geplakt en vlak langs de kanalen gebouwd. Tot de benedenstad behoort ook de cité Solèy, de gevaarlijkste wijk van de stad. Hier worden regelmatig mensen vermoord en kinderen gekidnapt. Hier komt zelfs de UN niet meer binnen.
Sommige situaties zijn gewoon niet te snappen.. Huizen zijn gewoon boven elkaar gebouwd, of boven een afgrond, of aan de rand van een kanaal. De kanalen liggen vol, maar dan ook echt vol afval, waardoor er niet veel regen moet vallen eer het overstroomt. Dat afval ligt trouwens overal, het wordt gewoon op de grond gegooid. Overal bedelaars, varkens en geiten die tussen het afval lopen..
De wegen..
In Haïti zijn er 3 nationale wegen. De eerste gaat van Port-au-Prince naar Cap Haitien, langs Gonaive. De tweede van Port-au-Prince naar het zuiden en de derde van Port-au-Prince naar Cap Haitien, langs Hinche. De nationale wegen 1 en 3 zijn momenteel allebei onderbroken. Het land ligt weer even ‘in coma’ zoals Jeannine het noemt. Zo was er een begrafenis van een pater in Cap Haitien, waarvoor de mensen vanuit Port-au-Prince om moesten rijden langs de Dominicaanse republiek omdat ze er anders niet geraakten. In Port-au-Prince zijn de meeste wegen geasfalteerd, maar er zitten heel veel putten in en sommige stukken staan onder water. Zo was men bezig met de aanleg van een tweede weg naar Jacmel, maar men is onderweg gestopt en men heeft hier nooit aan verder gewerkt. Preval wil dat er een prioriteit uitgaat naar de wegen, en dit zou niet zo slecht zijn. Er hangt overal de geur van uitlaatgassen en als je ’s avonds een douche nam, was het water soms zwart van het stof. Overal rijden er ook taptap’s, de bussen van ginds. Zij zijn geweldig mooi, zoals je zal zien op de foto’s. Ze zijn geschilderd in felle kleuren en hebben allemaal religieuze opschriften: ‘God is good’, ‘Meditation’, ‘we love Jesus’.. en de beste :
La Ste Vierge immaculée (réparée)
Nog op onze rondrit...
We reden langs het paleis (groot en wit, een beetje zoals het witte huis) met daartegenover de nèg (= neger) maron (= iemand die is ondergedoken), het gekende beeld van de slaaf die op de lambi blaast (het beeld van de bevrijding), de kathedraal, de universiteit van geneeskunde, het nationale ziekenhuis met alle farmacie’tjes errond, het ziekenhuisje en museum van de baptisten, het ziekenhuis van artsen zonder grenzen (waar op de muur het verbodsbord ‘verboden wapens’ stond, iets wat je op veel plaatsen in de stad terugvindt),.. We passeerden langs de drankendepot van Junel, een jongen die lang bij Jeannine woonde en die met haar hulp een depotje kan openhouden in Port-au-Prince. We plunderden een artisanaal winkeltje, typisch is het herwerkte blik. Maar de drie dingen die ons het langst zullen bijblijven zijn het immense ‘kakkersveld’ aan de haven, de markt en de carrefour. In de benedenstad ligt dus het kakkersveld, zoals het genoemd wordt. Het is de officiële stortplaats van de stad en mensen die daar in de buurt wonen komen en geen toilet hebben, komen daar hun behoefte doen. Het stonk er immens en de mensen staan er zelfs langs de weg te plassen. De markt, die een beetje verder ligt, is een complete chaos. Een beetje te vergelijken met een mierennest. Overal zitten mensen met hun producten voor hen op de grond, deze gaan van suikerriet, tweedehandkleren, fruit, autostukken, gsmladers, gekopieerde cd’s en video’s tot klaargemaakte gerechtjes enz.. En hoewel men juist nieuwe overdekte standjes had geplaatst, werden deze niet gebruikt en zaten de mensen gewoon ervoor. Typisch zijn ook de gekleurde paraplu’s. En de carrefour is ook een echt hel. Druk, chaos, vol afval, opeengepakte kraampjes, mensen die met hele gezinnen letterlijk op een paar vierkante meters leven, modder...
We hebben de stad dus van binnen en van buiten gezien.
De mensen..
Je merkt wel een verschil tussen de mensen op het platteland en de mensen in de stad. Zo zal men in de stad eerder frans spreken, ook al trekt dit op niet veel, omdat dit status heeft. De mensen zijn er ook iets onbeleefder en aggressiever. Hoewel dit ook kan te maken hebben met het feit dat de onrust in de stad en in het land algemeen terug aan het toenemen is. Door de orkanen zijn er veel akkers vernield en zijn de wegen niet toegankelijk, waardoor er een tekort is aan eten en diesel. De spanningen nemen dus terug toe. Het land is ondertussen ook 3 dagen in rouw voor de slachtoffers van Gonaive en de rest van het land. Dit houdt in dat er vb geen luide muziek mag gedraaid worden. De stad is eigenlijk een drukte van jewelste, van ’s morgens tot ’s nachts loopt het er vol met mensen en op elke straathoek zit er wel iemand iets te verkopen.
De godsdienst...
’s Morgens werden we steevast om 5-6u gewekt door gezangen uit de protestantse kerken. Echt, ik dacht eerst dat het om een betoging ging,zo luid. Het priesterschap is iets wat in Haïti trouwens heel erg veranderd is. Terwijl we er waren kreeg père Guy telefoon van iemand die zich geroepen voelde, waarop hij vertelde dat de motivatie hiervoor soms niet echt de goede is. In een arm land is het moeilijk om te onderscheiden wat roeping is, niet alleen op kerkelijk gebied, maar bv ook op medisch gebied. Veel van die jonge mannen komen uit heel arme gezinnen en willen weg uit deze armoede. Het priesterschap biedt hen hier een uitweg. Ze krijgen een huis ter beschikking, een loon en een auto. Voor velen primeert dit dan ook boven hun parochie en het kerkleven. Zo is het ook vaak met de andere studies. Vaak zien ze het beroep arts, advocaat, ingenieur.. als een belangrijke titel en een manier om snel rijk te worden. Dus niet de instelling: ik wil opkomen voor de mensen en het land.
De muziek..
Overal in de stad hoor je muziek. Het is echt zalige muziek, iets Latijns-Amerikaans merengue-achtig, soms eerder rap, soms eerder jazz en wordt vaak ook beïnvloed door voodoo. Het is in ieder geval muziek waar je niet stil op kan staan. Sommige groepen gaan de commerciële toer op, maar anderen zingen echt over hun roots en zijn ook internationaal gekend. We hebben een paar cd’tjes meegekregen van Renol, de chauffeur ginds. We hebben ze hier al opgezet en iedereen begon hier spontaan te dansen, vooral Charline. Zij heeft echt gevoel voor ritme en kan ook heel goed zingen en dit komt spontaan naar boven als we muziek op zetten. We zijn ondertussen ook al ingewijd in de Haitiaanse dans, namelijk Gaye Pay. De beweging is iets als: je voeten uit elkaar bewegen en tegelijkertijd de armen op en neer bewegen, wel grappig dus. De bewijzen staan nu ook op video.
De verhalen van père Guido en Jeannine...
Aangezien er tijdens de militaire repressie na de uitzetting van Aristide geen objectief nieuws meer werd uitgezonden op de radio’s, hielpen Jeannine en Raymond ( die op dat moment Haiti niet binnenkonden) een Dominicaanse zender die ook Haïti bereikte en zo het echte Haïtiaanse nieuws in het Creools uitzond. Zij kwamen aan het nieuws via Aristide, die toen in Amerika zat, waarmee zij toen contact hadden. Het volk zat toen ’s middags steeds rond de radio, iedereen sprak over die radio en de militairen vonden die uitzendplaats maar niet. Toen ze vermoedden dat deze zich in de Dominicaanse bevond, spoorden ze de Dominicaanse regering aan om voortaan alleen nog in het Spaans uit te zenden. Maar aangezien de liedjes wel nog in alle talen mochten gezongen worden, en dus ook in het Creools, werd het nieuws in liedtekst omgezet, om het zo via liedjes te verspreiden.
Onder Duvalier hadden de Scheutisten ook zo’n populaitre radio (radio Solèy)Bij bedreiging van de makouten ( het leger toen) losten ze elkaar af in de bewaking van de antenne. Op een keer kwam één van de paters terug met enkel de sleutel: ‘dit is wat er overschiet van de auto’. Er was een granaat op de auto gegooid.
Jeannine was eens onderweg van Port-au-Prince met een brief van een jongen die zijn moeder op de hoogte wou brengen dat hij even uit het land zou verdwijnen voor een militaire training tegen de militairen die een staatsgreep tegen Aristide hadden uitgevoerd. Onderweg kwam ze die militairen tegen die iedereen fouilleerden en elke auto binnenste buiten keerden op zoek naar iets verdachts. Ze heeft die brief toen opgegeten..
Uit blijdschap dat de staatsgreep tegen Aristide gelukt was, en de rebellen dus aan de macht kwamen, schoot een van de Makouten in het dorp per ongeluk 3 mensen neer. Er werd aan Jeannine gevraagd om deze te vervoeren naar het ziekenhuis. Aangezien de kans groot was dat ze op hen zouden schieten, zowel Aristide-aanhangers die dachten dat ze een van de rebellen was, als de rebellen die dachten dat ze een Aristide-aanhanger was die wou vluchten, wou ze dit enkel doen met gewapende mensen voor en achter haar auto. Toen ze aan het ziekenhuis arriveerden, stonden ze ook werkelijk klaar om op hen te schieten..
Toen op een keer er iemand klaar stond om op Jeannine te schieten, was ze omringd door Haitianen. Ze zei: schiet maar op mij, maar ziet ge al die mensen rond mij, ge zult geen 5 minuten langer leven. Hij schoot niet...
Een van de paters had in de tijd van de militaire repressie Aristide-aanhangers ondergedoken en de militairen hadden hier een vermoeden van. Maar toen na een processie die hij organiseerde de 2 militairen die de processie verboden en een geweer op hem richtten, korte tijd daarna stierven, durfden andere militairen die de opdracht hadden gekregen om zijn huis te doorzoeken, dit niet meer. De mensen geloofden dat hij als priester macht over hen had gekregen.
Het verhaal hoe 3 paters onder de duvaliers het land uit gezet werden omwille van hun vorming en hun preken.
Dat het vroeger geen gemakkelijke tijden waren, maar dat ze toen wel het gevoel hadden dat ze samen voor iets vochten, namelijk een democratisch verkozen regering. Maar nu hebben ze dit gevoel niet meer.. ‘het land is naar de kloten’..
Verhalen over hoe de paters vroeger per ezel op kapel gingen naar de dorpjes in de bergen.
Vroeger bestonden er in Port-au-Prince openluchtcinema’s, waar op een keer alle paters naartoe gingen.. ze kwamen terecht in een seksfilm..
Dit zijn er maar enkele en dan nog in het kort vertelt. We kunnen ze niet allemaal navertellen, maar het was echt boeiend om ernaar te luisteren.
De beesten...
Muggen: irritante beesten
Kakkerlakken: vies
Tarantula’s: het zijn dan wel baby’s, maar iets minder schattig
JACMEL
De weg naar Jacmel was echt prachig. We moesten een bergketen over en bovenaan hadden we een mooi uitzicht over Port-au-Prince en de oceaan. In het stadje zelf, dat in het zuiden van het land ligt en dus serieus geteisterd is door de vorige orkanen, kon je nog heel goed zien tot waar te modder gestaan heeft, de ravage van ontwortelde bomen en de heel erg verbreedde rivier. We bezochten het marktje en de oudste farmacie van het land. Het stadje ligt aan de zee en heeft wondermooie stranden, palmbomen en helderblauw water, alles wat je wil.. En bij ons zou hiervan een toeristische boel gemaakt worden, maar hier blijft het afval liggen..
CAP HAITIEN
We hadden enorm veel bagage mee op onze weg terug, die 3 dozen van onze DHL-zending moesten namelijk mee. We kunnen al zeggen dat ze volledig zijn toegekomen en dat ze met veel plezier uitgepakt worden. Maar bon, eens in de luchthaven aangekomen, bleek dat er één van onze bagagestukken niet bij was en meekwam met de volgende vlucht. Ondertussen hebben we dan een tourtje gedaan in de stad en dat afval is dus niet enkel in de hoofdstad te vinden. Ook hier lagen de kanalen vol, waren de huisjes vreselijk en deze stad had iets weg van een spookstad vond ik. Omwille van die onafgewerkte grijze betonnen huizen, omdat de wegen grotendeels nog niet geasfalteerd zijn, en omdat het hier minder wemelde van de mensen, zoals in de hoofdstad.
Voila, het is een hele boterham, maar er was dan ook veel te vertellen. Verder kunnen we zeggen dat er momenteel een depressie over het land trekt, die eventueel kan veranderen in een cycloon, maar zover zitten we nog lang niet. Dus geen zorgen, momenteel is het hier zoals in België, regenachtig.
Terwijl we wegwaren zijn er weer twee vrouwen bevallen, maar we blijven hopen. En we hebben nog vanalle plannen. Morgen gaan we vb een dagje meedraaien in een dispensaire hier in de buurt. Vrijdag gaan we nog eens naar Dagabon, de brillen halen voor Arlette en Luckny. We gaan nog een andere mysterieuze dispensaire opzoeken, waar iedereen vol lof over spreekt, maar die Jeannine nog niet weet liggen. We zouden graag nog de hoogste berg in de buurt beklimmen, dit wordt afzien, want er is geen mooi bergpadje. Maar het verslag daarvan volgt dan nog wel.
Veel liefs,
wij
woensdag 24 september 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)